MTG4:
Genetic Endocrine Tumour Syndromes

Ziekte van Von Hippel Lindau (VHL)

Op deze webpagina vindt u de volgende informatie over de Ziekte van Von Hippel Lindau (VHL):

Algemene informatie

Wat is de ziekte van Von Hippel Lindau (VHL)

De ziekte van Von Hippel-Lindau (VHL) is een zeldzame genetische aandoening, waarbij patiënten diverse tumoren kunnen ontwikkelen. Meestal betreft het goedaardige tumoren in de vorm van angiomen en cysten. Daarnaast kunnen er verschillende kwaadaardige tumoren optreden, waarbij het niercelcarcinoom het meest voorkomt.

Er bestaan twee hoofdcategorieën van VHL, namelijk families zonder (type I) en met bijniermergtumoren (type II). Type II wordt verder onderverdeeld in drie subtypen.

Het beloop van de ziekte verschilt sterk tussen individuen, ook binnen families.

De levensverwachting van een behandelde VHL-patiënt is bijna ‘normaal’. Dat is te danken aan controles die patiënten uit voorzorg krijgen. Zonder screening en behandeling zou de levensverwachting aanmerkelijk verlaagd zijn.

Hoe vaak komt het voor

VHL is zeer zeldzaam. Het komt voor bij 2 tot 3 op de 100.000 mensen. Dat betekent dat er ongeveer 400 VHL-patiënten zijn in Nederland.

VHL komt even vaak voor bij mannen als bij vrouwen. En ook even vaak bij verschillende rassen en nationaliteiten.

Op welke leeftijd

VHL-patiënten worden geboren met de ziekte. In de meeste gevallen wordt iemand als VHL-patiënt ‘gevonden’ door screeningsonderzoek. De eerste verschijnselen van de ziekte treden vaak op rond het 20e levensjaar. De ziekte kan zich echter ook op jeugdige leeftijd openbaren, of juist later. Bijna alle VHL-patiënten hebben op 60-jarige leeftijd ten minste één tumor gehad.

Verschijnselen van de ziekte (symptomen)

Welke klachten kun je krijgen

Klachten en symptomen hangen erg af van de plaats waar de tumoren ontstaan. Dit kan dus per persoon sterk verschillen:

  • Door tumoren in de ogen kan iemand blinde vlekken krijgen.
  • Bij tumoren in het binnenoor kan doofheid, oorsuizen of problemen met het evenwicht ontstaan.
  • Door een tumor in de kleine hersenen of het ruggenmerg kan iemand hoofdpijn krijgen, gaan overgeven en problemen krijgen met het sturen van bewegingen. Ook kan er krachtsverlies optreden waardoor iemand minder kracht heeft in de armen of benen.
  • Bij een tumor in het merg van de bijnieren (feochromocytoom) kan iemand klachten krijgen van hoofdpijn, hoge bloeddruk paniekaanvallen en zweten.
  • Wanneer er een tumor in de bijballen zit kan iemand problemen krijgen met de vruchtbaarheid.

Gezwellen (tumoren)

Het merendeel van de VHL-tumoren is benigne (goedaardig), maar kan grote gevolgen hebben doordat omliggend weefsel in de verdrukking komt. Daarnaast komt kanker van nieren en alvleesklier voor.

In welke organen kunnen de gezwellen zitten

Typische VHL-tumoren en hun locatie zijn:

  • ogen: hemangioblastomen van het netvlies;
  • kleine hersenen: hemangioblastomen;
  • ruggenmerg: hemangioblastomen;
  • bijniermerg: feochromocytomen;
  • nieren: multipele cysten, niercelkanker;
  • alvleesklier: multipele cysten, cystadenomen, (maligneneuro-endocriene tumoren;
  • oren: tumoren van saccus endolymfaticus (ELST);
  • bijbal: cysten;
  • banden rond de baarmoeder: cysten.

Daarnaast komen heel af en toe hemangioblastomen voor in de hersenen, lever, milt en longen.

Niertumoren

De niertumoren zijn in de meeste gevallen kwaadaardig. Niercysten zijn normaal gesproken zelden gevaarlijk. Bij VHL groeien ze echter nogal eens uit tot kanker.

Niercelkanker is de meest voorkomende tumor bij VHL (75%), en speelt een aanzienlijke rol in ziekte en overlijden van patiënten.

Bijniertumorenen

Bij VHL type II ontstaan vaak feochromocytomen.

Tumoren van het centraal zenuwstelsel

Ongeveer 70% van de VHL-patiënten ontwikkelt hemangioblastomen van het centraal zenuwstelsel, (voornamelijk in de kleine hersenen en in mindere mate in het ruggenmerg). Hoewel hemangioblastomen meestal goedaardig zijn, kan groei van deze tumoren neurologische uitval geven en zelfs levensbedreigend zijn.

Oogtumoren

Hemangioblastomen van netvlies kunnen leiden tot problemen door netvliesloslatingglaucoom en papiloedeem (gezwollen oogzenuw). Bij tumorgroei kan blindheid ontstaan.

Oortumoren

ELST (EndoLymphatic Sac Tumors) worden bij circa 10% van de patiënten gediagnosticeerd en komen vaak aan beide oren voor. Doofheid kan optreden als er niet chirurgisch wordt ingegrepen. ELST worden vaak gemist bij een standaard MRI-opname. Bij een vermoeden van ELST moet op indicatie specifiek een MRI van de gehoorgang en het rotsbeen worden aangevraagd.

Tumoren van het pancreas

De meeste tumoren van het pancreas zijn asymptomatische cysten. Neuro-endocriene tumoren komen in mindere mate voor. Deze zijn in principe kwaadaardig: ze kunnen uitzaaien naar de lymfeklieren, lever en het skelet. Operaties waarbij grote delen van de alvleesklier worden verwijderd veroorzaken diabetes.

Bijbaltumoren

Cystadenomen van de bijbal (epididymis) komen ook voor bij mensen die geen VHL hebben. Als er tumoren zitten aan beide kanten cystadenomen is dat echter kenmerkend voor VHL. Meestal zijn ze asymptomatisch en hoeven ze niet behandeld te worden.

Tumoren van de bandjes rond de baarmoeder

Cystadenomen van het ligamentum uteri moeten symptomatisch behandeld worden bij pijn, dyspareunie en menorragie.

Bloedafwijking

Bij VHL-patiënten kan een milde vorm van polycythemie aanwezig zijn.

Goedaardig en kwaadaardig

Een tumor ontstaat door ongecontroleerde groei van cellen. Vaak wordt van tumoren aangeduid of ze goedaardig of kwaadaardig zijn. Bij een ‘goedaardig’ gezwel, ook wel benigne tumor genoemd, is er geen sprake van kanker. Goedaardige tumoren kunnen niet uitzaaien, maar ze kunnen wel klachten geven door de plek waar ze zitten.

Is een gezwel kwaadaardig, dan is er wel sprake van kanker. Dan kunnen tumorcellen doorgroeien naar andere lichaamsdelen en kan de kanker zich uitzaaien.

Bevestiging van de aandoening (diagnose)

Hoe komt de dokter erachter wat ik heb

VHL wordt in principe vastgesteld met DNA-onderzoek. In 95% van de gevallen kan de mutatie worden aangetoond met DNAdiagnostiek. Alleen als de specifieke mutatie bekend is, kan ook bij familieleden voorspellend DNA-onderzoek worden gedaan.

Soms wordt al VHL vastgesteld zonder DNA-onderzoek. Dat gebeurt dan op basis van de familiegeschiedenis en uitingen van VHL bij een patiënt. Een uitgebreide familie-anamnese is belangrijk. Daarbij is aandacht voor alle soorten tumoren (en in het bijzonder voor typische VHL-tumoren in onder andere nieren, pancreas, centraal zenuwstelsel en retina).

Klinische diagnose

De klinische diagnose VHL wordt gesteld bij:

  • een patiënt met een typische VHL-tumor in combinatie met familieleden waar al VHL is vastgesteld
  • een patiënt met twee of meer hemangioblastomen;
  • een patiënt met een hemangioblastoom in combinatie met een andere typische VHL-tumor.

Diagnostisch onderzoek

Tests die kunnen worden gebruikt om een klinische diagnose te stellen, omvatten:

  • DNA-onderzoek
  • MRI van de hersenen en het ruggenmerg
  • Fundoscopie
  • Echografisch onderzoek of MRI/CT van de buik
  • Onderzoek van bloed en urine

Elk jaar controle-onderzoeken voor mensen met VHL

Tumorscreening

Wanneer de diagnose VHL bij u is gesteld, krijgt u elk jaar controle-onderzoeken. Er wordt gecheckt of er tumoren zijn, en hoe tumoren zich ontwikkelen. Op basis van de uitkomst van deze screeningsonderzoeken wordt met u bepaald welke behandeling eventueel nodig is. Deze jaarlijkse preventieve controle is van levensbelang voor dragers van het VHL-gen. Het screeningsprogramma zal uw hele leven duren.

VHL wordt gescreend en behandeld op basis van de landelijke richtlijn ‘Ziekte van Von Hippel-Lindau’ van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL).

Wie wordt gescreend?

Screening op mogelijke tumoren is er niet alleen voor mensen bij de gen-mutatie van de Ziekte van Von Hippel Lindau is aangetoond. Ook voor mensen die misschien VHL hebben is het advies om zich te laten onderzoeken. Zij krijgen dezelfde onderzoeken als personen die zeker VHL hebben. Dit geldt dus ook voor (jonge) kinderen van een mutatiedrager.

Screening wordt geadviseerd en sterk aangeraden aan:

  • dragers van een VHL-kiembaanmutatie;
  • eerstegraads verwanten in een VHL-familie waarin de kiembaanmutatie (nog) niet is aangetoond;
  • eerstegraads verwanten die geen DNAdiagnostiek willen;
  • patiënten (en hun ouders en/of kinderen) met een typische VHL-tumor bij wie men een erfelijke tumor sterk vermoedt.

Screeningsprogramma

Uw onderzoeken omvatten:

  • Oogheelkundig onderzoek: vanaf 5 jaar – Jaarlijks
  • Anamnese: vanaf 5 jaar – Jaarlijks
  • Lichamelijk onderzoek + bloeddruk: vanaf 5 jaar – Jaarlijks
  • Bloedonderzoek creatinine + (nor)metanefrine: vanaf 5 jaar – Jaarlijks
  • MRI hersenen + ruggenmerg: vanaf 15 jaar – Iedere 2 jaar
  • MRI bovenbuik: vanaf 15 jaar – Iedere 2 jaar
  • Audiogram: vanaf 15 jaar – Op indicatie
  • Neurologisch onderzoek: Op indicatie
  • Echo: Op indicatie

Oorzaak: Erfelijkheid

VHL is een erfelijke aandoening waarbij er een afwijking is van het VHL-gen. Vrijwel iedereen met deze afwijking in het VHL-gen krijgt de ziekte, maar het verloop van de ziekte kan verschillen per persoon.

Overerving

De vorm van overerving van VHL heet autosomaal dominant. Dit betekent dat wanneer één van de ouders een afwijking in het VHL-gen heeft, de kinderen 50% kans hebben om deze afwijking ook te krijgen.

U kunt dus Von Hippel-Lindau krijgen als één van uw ouders het foutje in het gen heeft. Het is daardoor logisch dat de ziekte bij de meeste patiënten vaker voorkomt in de familie.

Soms (bij 1 op de 5 VHL-patiënten) is iemand de eerste in een familie met VHL. Dan is het foutje niet van een ouder geërfd, maar spontaan ontstaan. Dat heet een nieuwe of spontane mutatie. De drager van de nieuwe mutatie kan VHL vanaf dat moment aan zijn of haar kinderen doorgeven.

De gen-mutatie

VHL ontstaat door een gen-mutatie in het VHL-tumor-suppressor-gen op chromosoom drie (3p25–26). Er wordt een groot aantal verschillende mutaties in het VHL-gen gevonden. Het VHL-gen komt tot expressie in vrijwel alle organen, maar vooral in de nieren, bijnieren, alvleesklier, kleine hersenen, het centraal zenuwstelsel en het netvlies.

Het VHL-gen is betrokken bij de zuurstofmeting van de cel. Bij patiënten met VHL signaleren sommige cellen, ten onrechte, een gebrek aan zuurstof. Dit leidt, onder meer, tot een toegenomen angiogenese.

Meer over erfelijkheid

Goede en uitgebreide informatie over erfelijkheid vindt u op de website van het Erfocentrum. Dat is het Nationaal informatiecentrum erfelijkheid.

Behandeling

Algemeen

Omdat VHL een genetische aandoening is, is er geen genezing mogelijk. Omdat de gezwellen op verschillende plekken in het lichaam kunnen ontstaan en goed-of kwaadaardig kunnen zijn, verschilt de behandeling per patiënt.

Wanneer er tijdens de controle-onderzoeken een (goedaardig) gezwel gevonden wordt, bestaat de behandeling meestal uit een operatie. In sommige gevallen is een operatie niet mogelijk. Dan wordt er gekeken naar andere behandelmethoden. Een goedaardig gezwel in de hersenen kan bijvoorbeeld behandeld worden met radiotherapie.

Bij kwaadaardige gezwellen komt de behandeling in de meeste gevallen overeen met de behandeling die patiënten zonder VHL ook krijgen.

Behandeling van nieraandoeningen als gevolg van VHL

Asymptomatische niercysten hoeven niet te worden behandeld, maar worden nauwkeurig gemonitord in verband met het risico op maligne transformatie.

Bij de behandeling van niercelcarcinomen wordt gestreefd naar een nefronsparende operatie om de nierfunctie te behouden. Radiofrequentie-ablatie of cryotherapie kan overwogen worden. Vanwege de hoge incidentie van tumoren is bij veel patiënten uiteindelijk een bilaterale nefrectomie noodzakelijk. Dialyse of niertransplantatie is dan onvermijdelijk.

Behandeling van bijnieraandoeningen als gevolg van VHL

Laparoscopische gedeeltelijke adrenalectomie heeft de voorkeur in het geval van een feochromocytoom. Zeker gezien het hoge risico om in de toekomst ook contralateraal een feochromocytoom te krijgen, wordt het verwijderen van de gehele bijnier zo veel mogelijk vermeden.

Bij patiënten waarbij wel beide bijnieren zijn verwijderd, moet altijd rekening gehouden worden met het risico op het ontstaan van een Addisonse crisis (voor meer informatie hierover zie de brochure ‘Informatie voor de huisarts over Bijnierziekten’ van VSOP, en Bijniervereniging NVACP NHG.

Behandeling van aandoeningen van het centraal zenuwstelsel als gevolg van VHL

Hemangioblastomen van het centraal zenuwstelsel zijn benigne van aard. Als de omvang stabiel is en ze geen symptomen veroorzaken, kan worden volstaan met een afwachtend beleid en nauwkeurige monitoring. Chirurgische excisie is geïndiceerd als er neurologische symptomen optreden. Steeds frequenter wordt gebruik gemaakt van minimaal invasieve operatietechnieken, zoals stereotactische radiochirurgie en laserchirurgie.

Behandeling van pancreas-aandoeningen als gevolg van VHL

Voorafgaand aan een eventuele operatie is zorgvuldige analyse vereist om een onderscheid te maken tussen cystadenomen en neuro-endocriene pancreastumoren.

Neuro-endocriene tumoren (NET) van de pancreas moeten soms verwijderd worden. Dat wordt overwogen:

  • bij een grootte van meer dan 2 cm, als de tumor in de pancreaskop zit, of
  • bij een grootte van 3 cm, als de tumor op een andere plaats zit.

Cysten en cystadenomen kunnen onbehandeld blijven, tenzij ze symptomatisch worden.

Ook metastasen (uitzaaiingen) van niercelcarcinomen naar de pancreas komen voor.

Vaak is er een punctie nodig van de pancreas tumor om een betere diagnose te krijgen. Dit kan met endoscopische echografie.

Behandeling van oogaandoeningen als gevolg van VHL

Retinale hemangioblastomen worden behandeld met lasertherapie of cryotherapie. Als de tumor echter dicht bij de oogzenuw is gelokaliseerd, zijn er weinig behandelopties.

Behandeling van ooraandoeningen als gevolg van VHL

Bij ELST is een operatie geïndiceerd om verslechtering van het gehoor te voorkomen. Ook als de patiënt reeds doof is, kan een operatie geïndiceerd zijn, bijvoorbeeld bij aanwezigheid van evenwichtsproblemen.

Psychosociale aspecten

Wat betekent het voor mij en mijn familie

Een erfelijke ziekte in de familie brengt vaak veel teweeg. Zeker bij ziekten die, zoals VHL, dominant overerven, en waar je iets aan kunt doen. De jaarlijkse controles behandelmogelijkheden kunnen veel leed voorkomen en soms zelfs levens redden. Dan is het belangrijk dat familieleden weten dat ze risico kunnen lopen. Maar mensen hebben het volste recht om niet te willen weten of zij drager zijn van de ziekte. Er kunnen dus strijdige belangen en gevoelens leven in families: geen eenvoudige opgave om mee om te gaan!

In de VHL Expertisecentra werken mensen die families daarin kunnen ondersteunen.

Kinderwens en zwangerschap

Keuzes rondom het krijgen van kinderen liggen moeilijker wanneer een van de (wens)ouders VHL heeft. Er bestaat immers een risico dat VHL wordt doorgegeven aan het kind. Maar kinderwens wordt ook een complexe vraag doordat één van de ouders een grote kans heeft op het ontwikkelen van tumoren/kanker.

De mogelijkheden van patiënten met een kinderwens zijn:

  • natuurlijke zwangerschap met 50% risico dat het kind is aangedaan;
  • prenatale diagnostiek met zwangerschapsafbreking bij een aangedaan kind;
  • preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD);
  • ei-/zaadceldonatie;
  • adoptie;
  • kinderloos blijven.

VHL kan bij mannen tot vruchtbaarheidsproblemen leiden.

Bij zwangere vrouwen met VHL is extra aandacht en begeleiding nodig, bij voorkeur al voordat de zwangerschap een feit is. In de eerste plaats om te voorkomen dat symptomen van een tumor die zich ontwikkelt per ongeluk worden gezien als verschijnselen die horen bij de zwangerschap. In de tweede plaats vormt zwangerschap een extra risico dat bestaande tumoren problemen geven.

Download hier de brochure Kinderwens en erfelijkheid van Erfocentrum

Expertisecentra en werkwijze

Kan ik in elk ziekenhuis behandeld?

Omdat de ziekte van Von Hippel-Lindau een complex en zeldzaam ziektebeeld is, is de zorg voor patiënten gebundeld in verschillende expertisecentra. Patiënten met VHL kunnen hier terecht voor diagnostiek, behandeling en multidisciplinaire zorg. De expertisecentra bevinden zich in:

Expertise centrum NET

Expertise centrum bijnier

Expertise centrum nier

Expertise centrum oogoncologie

Neurochirurgisch centrum

Wat is de werkwijze in het ziekenhuis?

In het centrum dat gespecialiseerd is in de behandeling van VHL heeft het gehele behandelteam specifieke kennis en expertise op het gebied van de zeldzaam voorkomende Ziekte van Von Hippel Lindau (VHL). De werkwijze van het ziekenhuis kan per centrum iets verschillen. U krijgt een arts die u behandelt. Er wordt ook met u afgesproken hoe/met wie u contact kunt opnemen als u vragen hebt. Op deze webpagina’s vindt u links naar de Expertisecentra voor VHL. Op hun sites leest u hoe de zorg voor patiënten met VHL is georganiseerd.

Multidisciplinair team

De besluitvorming over het beleid en de follow-up bij de individuele patiënt vindt bij voorkeur plaats in multidisciplinair verband in een klinisch genetisch centrum of een Polikliniek Familiaire Tumoren (zie Consultatie en verwijzing). Er wordt idealiter een hoofdbehandelaar aangesteld, meestal is dit een oncologisch internist of endocrinoloog.

Betrokken zorgverleners zijn, afhankelijk van de specifieke symptomen van de patiënt, onder andere: internist-oncoloog, oogarts, neuroloog, (neuro-)chirurg, nefroloog, uroloog en internist-endocrinoloog.

Ondersteuning buiten het ziekenhuis

Wat is de rol van mijn huisarts

Als een VHL-patiënt bij een Expertisecentrum voor VHL onder behandeling en controle is, heeft dat centrum overzicht over de afspraken. De patiënt krijgt dan oproepen voor screeningsonderzoeken. Als dat niet actief gecoördineerd wordt door het behandelend ziekenhuis, kan de de patiënt begeleiden bij het op tijd maken van screeningsafspraken.

De huisarts heeft contact met de hoofdbehandelaar in het ziekenhuis. Zij stemmen samen af wat het beleid is voor uw controles en behandeling. In overleg met u wordt ook afgesproken wie uw eerste aanspreekpunt is bij niet-medische vragen en problemen ten gevolge van VHL. De huisarts kan tevens ondersteunen bij praktische en psychosociale hulpvragen (aanpassingen, voorzieningen).

Waar kan ik verder terecht voor hulp

VHL kan ingrijpende gevolgen hebben. Niet alleen strikt medisch, maar bijvoorbeeld ook op het gebied van familieverhoudingen, of werk. Wanneer u ondersteuning zoekt, kunt u onder meer terecht bij:

  • Zorgverleners in uw eigen woonplaats:
  • Een diëtist of fysiotherapeut die kennis heeft van VHL
  • MEE – ondersteuning voor mensen met een beperking of chronische ziekte
  • De bedrijfsarts van uw arbodienst
  • IPSO Inloophuizen voor mensen met kanker en hun naasten, download brochure.
  • Stichting Opsporing Erfelijke Tumoren (StOET): landelijke registratie van families waarin waarschijnlijk sprake is van een erfelijke vorm van kanker.
  • Erfocentrum: informatie over erfelijkheid en erfelijke ziekten

Lotgenotengroepen

Belangenvereniging Von Hippel-Lindau

Information video for patients and healthcare professionals

Type and Press “enter” to Search

Search